Bij het coderen van een bestand wordt alleen de laatste versie gecodeerd. Alle andere versies worden verwijderd.
U kunt bestanden als volgt coderen:
Waarschuwing: Als u een bestand codeert worden alle versies van dit bestand verwijderd, op de laatste na. Als u een oudere versie wilt bewaren moet u deze opslaan voordat u het bestand codeert.
Selecteer één of meerdere bestanden vanuit de Bestanden app.
Gebruik één van de volgende methoden:
Klik op het pictogram in de werkbalk. Klik op uit het menu.
Selecteer vanuit het contextmenu.
Gebruik het pictogram in de Viewer. Klik op in het menu.
Zie ook
Overkoepelend thema: Bestanden coderen